Plaatsingswijzer

  • In de Rotterdamse Plaatsingswijzer 2015-2016, welke ook geldt voor schooljaar 2016-2017, staan afspraken over de overstap van het basisonderwijs naar de scholen voor het voortgezet onderwijs in Rotterdam.
    Sinds schooljaar 2014-2015 is niet de eindscore van de Cito-eindtoets leidend voor toelaatbaarheid tot het vervolgonderwijs, maar het door de school geformuleerde ‘eindadvies VO’. Dit advies is gebaseerd op de meerjarige ontwikkeling van uw kind, zoals die zichtbaar wordt in het (Cito-) leerlingvolgsysteem van de school. Er wordt hierbij vooral gekeken naar de scores van de Cito middentoetsen (deze vallen in januari en februari) van Begrijpend lezen, Rekenen en wiskunde, Spelling en Technisch lezen van de drie volgende leerjaren; 6, 7 en 8. De nadruk wordt hierbij gelegd op de vakken Begrijpend lezen en Rekenen – wiskunde. Wat in het advies natuurlijk ook meegenomen wordt, is de werkhouding, concentratie, motivatie èn het huiswerkgedrag van uw kind.
    De Plaatsingswijzer vraagt van de scholen, naast een eenduidig advies, ook een ingevuld overzicht met daarop per hoofdvak een vaardigheidsscore en een daarbij horend ‘uitstroomprofiel’. Om u vanaf de eerste stap bij de Plaatsingswijzer te betrekken, delen wij deze gegevens met u vanaf de Cito middentoetsen in groep 6. U vindt dit overzicht in het rapport achter het blad met de Cito-gegevens. We willen benadrukken dat deze ‘uitstroomprofielen’ niet één-op-één door ons worden overgenomen. Ze vormen voor ons een richtlijn in het opstellen van het voorlopig- en eindadvies.

    Voorlopig advies en eindadvies

    Wanneer uw kind in groep 7 zit, ontvangt u aan het eind van het schooljaar een uitnodiging voor het ‘voorlopig adviesgesprek’. Tijdens dit gesprek ontvangen u en uw kind het voorlopig advies voor het voortgezet onderwijs. Het voorlopig advies is tevens leidend voor de eindtoets die uw kind gaat maken; eindtoets Basis of eindtoets Niveau.
    Het voorlopig advies vertelt u in welke richting en bij welke scholen u met uw kind kunt gaan kijken. Om een goede keuze voor een school te maken, adviseren wij u samen met uw kind een aantal open dagen te bezoeken. Daarnaast is het raadzaam om ook de voorlichtingsavonden te bezoeken. Voor de data van de voorlichtingsavonden en de open dagen, verwijzen wij u naar de websites van de verschillende VO-scholen. Het definitieve advies zal tenslotte gegeven worden ná de Cito middentoetsen in groep 8.
    De centrale eindtoets in groep 8 geeft een tweede, onafhankelijk advies. Als uw kind de centrale eindtoets beter maakt dan wij op basis van het schooladvies verwachten, dan moeten wij het advies heroverwegen, in overleg met u en uw kind. Het is mogelijk dat het eindadvies dan wordt aangepast. Als uw kind de eindtoets slechter maakt dan verwacht, wordt het schooladvies níet aangepast.
    Het is voor het voortgezet onderwijs niet toegestaan om op basis van de score op de eindtoets een kind wel of niet toe te laten.

    In de Informatiebrochure voor ouders en verzorgers 15-16  is alle achtergrondinformatie en het tijdspad voor aanmelding bij het voortgezet onderwijs voor schooljaar 2016-2017 aangegeven. 

    Tijdschema Fatimaschool

    Groep 6

    • Uitstroomprofiel gaat mee met rapport
    • Rapportgesprek over algemene voortgang. Uitstroomprofiel eventueel bespreekbaar

    Groep 7

    • Uitstroomprofiel gaat mee met rapport
    • De voorlopige adviezen worden opgesteld na overleg tussen leerkrachten van de groepen 6, 7, interne begeleider en directie
    • In mei/juni volgt het voorlopig adviesgesprek met ouders en leerling

    Groep 8

    • De eindadviezen worden opgesteld na overleg tussen leerkrachten van de groepen 7,8, interne begeleider en directie. 
    • In februari volgt het adviesgesprek met ouders en leerling
    • In uitzonderlijke gevallen kan de CITO Eindtoets de doorslag geven. 

    Achtergrondinformatie centrale eindtoets

    De centrale eindtoets bestaat op twee niveaus: eindtoets B (Basis) en eindtoets N (Niveau). Beide versies bevatten dezelfde onderdelen en hetzelfde aantal opgaven.
    Voor leerlingen die gewoonlijk gemiddeld of bovengemiddeld presteren is de eindtoets B de meest aangewezen keuze. Voor leerlingen die meestal onder het gemiddelde presteren, is de eindtoets N de meest geschikte keuze.
    • De Eindtoets B (Basis) is bestemd voor leerlingen (landelijk ongeveer 75%) van wie u verwacht dat zij doorstromen naar de gemengde/theoretische leerweg van vmbo, of havo of vwo. De scores van deze leerlingen op de toetsen van het Cito Volgsysteem vallen in het C-, B- of A-niveau.
    • De Eindtoets N (Niveau) is bestemd voor leerlingen (landelijk ongeveer 25%) die wat minder hoog scoren op de schoolse vaardigheden taal en rekenen. Het zijn de leerlingen van wie u verwacht dat zij het best op hun plaats zijn in de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van vmbo. Bij de toetsen van het Cito Volgsysteem vallen hun scores vaak in het E- of D-niveau.
    Het is goed om te weten dat beide toetsversies elkaar deels overlappen. Ongeveer 25% van de opgaven zit zowel in de eindtoets B als in de eindtoets N. Door die overlap loopt de moeilijkheid van de twee versies niet te veel uiteen. Bovendien zorgt deze overlap ervoor dat de scores van de twee versies op één schaal gezet kunnen worden. Elke leerling ontvangt dus een toetsscore tussen de 501 en de 550. De N-versie is gemakkelijker dan de B-versie. Om een bepaalde eindscore te halen, moet een leerling bij de eindtoets N daarom méér opgaven goed hebben dan bij de Eindtoets B. Scoort een leerling op de N-versie hoger dan verwacht, dan kan hij door de overlap in opgaven ook op de eindtoets N een hoog advies krijgen.

    Waarom twee versies?
    Een toets die goed op niveau is, betekent een toets die goed aansluit bij de vaardigheden van de leerling. Het geeft de meeste kans op een betrouwbare uitslag. Daarnaast is het voor de leerlingen prettiger om een toets te maken die niet veel te moeilijk of veel te gemakkelijk is. Een te moeilijke toets geeft de leerling al snel het idee: ik kan er niets van. Dat komt de motivatie en het zelfvertrouwen natuurlijk niet ten goede. De leerling haalt daardoor misschien een lagere score dan bij zijn niveau past. Ook een te makkelijke toets kan leiden tot een score die lager is dan werd verwacht. Leerlingen die zonder echt na te hoeven denken alle juiste antwoorden kunnen aanstrepen, maken door nonchalance en een te hoog tempo misschien onnodige (slordigheids)fouten.